← Kennisbank·Techniek·5 min leestijd·6 mei 2025

Hoe lichtstraten warmte veroorzaken in bedrijfspanden

Lichtstraten zijn de grootste bron van ongewenste warmte in bedrijfshallen en productiehallen. Dit artikel legt uit hoe zoninstraling via het dak warmte veroorzaakt, waarom lichtstraten meer warmte doorlaten dan muren, en wat u eraan kunt doen.

Hoe zonlicht warmte een gebouw inbrengt via de lichtstraat

Zonlicht bestaat uit zichtbaar licht, infraroodstraling (warmte) en ultraviolet licht. Wanneer zonlicht op een lichtstraat valt, laat de beglazing een groot deel van die straling door. Eenmaal binnen wordt de straling geabsorbeerd door vloeren, muren en objecten, die vervolgens warmte afgeven aan de lucht. Dat is het broeikaseffect op kleine schaal.

Bij een goed geïsoleerd dak of een ondichte muur verloopt warmteoverdracht via geleiding, wat traag is en goed te isoleren. Bij een lichtstraat verloopt warmteoverdracht via straling, wat niet door isolatie wordt tegengehouden. Dakisolatie helpt niet tegen warmte via lichtstraten.

Waarom lichtstraten meer warmte doorlaten dan muren of daken

Een geïsoleerde dakplaat heeft een warmteweerstand (Rc-waarde) van doorgaans 3 tot 6 m²K/W. Een lichtstraat van polycarbonaat of glas heeft een warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) die tot tien keer slechter is dan goed geïsoleerd dakmateriaal.

Maar het grootste verschil zit niet in geleiding. In de zomer staat de zon vrijwel recht boven een plat of flauw dak. De zoninstraling op een horizontaal dakoppervlak is op een zonnige zomerdag 800 tot 1000 Watt per m². Een lichtstraat laat een groot deel van die energie direct door als licht en warmtestraling.

Oppervlak en zonhoek: waarom het in de zomer erger is

In de winter staat de zon laag aan de hemel. Gevels en schuine dakvlakken vangen dan meer zonlicht op dan horizontale lichtstraten. In de zomer draait dat om: de zon staat hoog, bijna recht boven het dak, en lichtstraten vangen de volle zonlast op.

Een bedrijfshal van 2.000 m² heeft bij 15% dakbedekking met lichtstraten al 300 m² aan glasoppervlak. Bij 800 Watt per m² zoninstraling en een doorlaat van 60% gaat dat om 144 kW aan warmte-instroom via de lichtstraten alleen. Ter vergelijking: een industriële ruimtekoeler van 15 kW koelt doorgaans 150 m².

Wat kunt u doen: warmte stoppen bij de bron

De meest effectieve maatregel is het tegenhouden van zoninstraling voordat die de lichtstraat bereikt of passeert. Buitenzonwering, aangebracht op het buitenoppervlak van de lichtstraat, reflecteert de zoninstraling voordat die het glas opwarmt. De beglazing blijft koel en straalt geen warmte naar de ruimte eronder.

Binnenzonwering, ventilatie en koeling zijn aanvullende maatregelen die de warmte pas behandelen nadat die al binnen is. Ze reduceren de gevolgen maar pakken niet de oorzaak aan.

Heeft u een warmteprobleem via uw lichtstraat?

Sheltic meet op locatie in, produceert het doek op maat en monteert alles vakkundig. U hoeft er niets voor te regelen.

Vraag gratis offerte aan →